Nuttige tips voor je Londen stedentrip

Londen is een geweldige stad, en er is genoeg te zien en te doen. Maar er zijn wat dingetjes die handig zijn om te weten als je naar Londen gaat.

Gatwick Airport

Gatwick Airport Hoewel Heathrow de grootste en meest bekende luchthaven van Londen is, is het soms goedkoper om naar één van de kleinere vliegvelden te vliegen. Wij vlogen dit jaar naar Gatwick Airport. Vlieg je op Gatwick Airport, dan is het handig om te weten dat er een gratis shuttle is van de Noord terminal naar de Zuid terminal. Vanaf de Zuid terminal vertrekken de treinen naar Londen. Negeer alle reclames en borden voor Gatwick Express en reis in plaats daarvan met First Capital Connect van Gatwick Airport naar Blackfriars. Dat kost je £ 10,- per rit in plaats van £ 14,90, en kost nauwelijks meer tijd. Koop daarvoor bij een kaartjesautomaat (kan ook bij die van Gatwick Express) een Anytime Day Single naar London Blackfriars. Je kan contant met munten of biljetten betalen, en er zijn pinautomaten op Blackfriars. Andere reismogelijkheden vanaf Gatwick Airport vind je op [visitlondon.com](http://www.visitlondon.com/nl/vervoer_en_informatie/luchthavens/de-luchthaven-london-gatwick).

Underground

London Underground In Londen is het enorm handig om met de metro te reizen. En daarbij liggen zowat alle leuke attracties in zone 1, de centrumzone. Eenmaal aangekomen op Blackfriars (of Victoria, of één van de andere metrostations) dan kan je daar een London Travelcard kopen. Die zijn verkrijgbaar als papieren dagkaart voor zowel alleen buiten de spits (na 9:30 uur) als voor de hele dag, en als 7-dagenkaart. Maar wil je vier of meer dagen de hele dag kunnen reizen, of vijf of meer dagen buiten de spits, dan is het goedkoper om een 7-Day Travelcard te kopen. Haal je 7-Day Travelcard bij de balie en vraag om een Oyster card. Je betaalt £ 5,- borg voor de Oyster card, maar het maakt alles zo veel makkelijker. En bij je vertrek lever je de Oyster card gewoon weer in bij een willekeurig metrostation en je krijgt je vijf pond ook weer terug. Meer informatie over de London Travelcard vind je op [londontravelpass.com](http://visitorshop.tfl.gov.uk/travelcards/7-day/product/7-day-travelcard.html).

Oude ponden

Old British Pounds Neem je je oude Britse bankbiljetten weer mee naar Londen? Controleer dan of ze nog wel geldig zijn op de website van de [Bank of England](http://www.bankofengland.co.uk/banknotes/Pages/denom_guide/default.aspx). Zo kan het zijn dat je 20 pond biljet drie jaar terug nog geldig was en nu niet meer. Oude biljetten worden nergens in Londen geaccepteerd, maar je kan ze gratis inwisselen bij de Bank of England aan Threadneedle Street, metrohalte Bank. Let op, de bank sluit al om 3 uur.

Nieuwe ponden Haal geen ponden bij het GWK in Nederland, zelfs al betaal je daar maar 0% provisie. Want het GWK houdt z’n eigen koers er op na die wel 7 procent slechter voor je kan uitvallen dan de koers van je bank. Je kan het beste gewoon je ponden in Londen pinnen bij een pinautomaat.

Pinnen

ATM Currency conversion Je pinpas werkt alleen bij pinautomaten (_ATM’s_) met het [Maestro-logo](https://upload.wikimedia.org/wikipedia/en/thumb/f/fd/Maestro_logo.svg/500px-Maestro_logo.svg.png), maar gelukkig ondersteunen bijna alle pinautomaten in Londen Maestro-kaarten. Maar let op! Pin alleen bij automaten die geen extra transactiekosten rekenen (zogenaamde _free cash ATM’s_), en pin het bedrag in _ponden_. De automaat wil graag het bedrag alvast voor je omrekenen naar euro’s, maar dat moet je niet doen. Dat is zonder uitzondering slechter voor je portemonnee dan wanneer je in ponden pint en je eigen bank het omrekenen laat doen, zelfs als je bank nog wat provisie rekent.

Prusa i2, deel 6: Plastic onderdelen kiezen

plastics
De plastic onderdelen van de Prusa i2 zijn in de loop der tijd verbeterd door allerlei mensen. Een aantal van die verbeteringen hebben zich een weg gevonden naar het officiële Prusa Mendel Github project waar alle onderdelen beschreven worden.

In de officiële onderdelenlijst zijn plastic poelies (pulleys) opgenomen voor T5 tandriemen. Behalve dat de plastic poelies onnauwkeurig zouden zijn, zou de T5 tandriem niet geschikt zijn om door een kleine poelie te worden aangedreven. Veel mensen raadden daarom de T2.5 tandriem aan, maar tegenwoordig zweert men bij de GT2 tandriemen. Die laatste zouden door de rondere tanden juist geschikter zijn om door een poelie te worden aangedreven. Ik ga voor de GT2, maar aangezien niemand plastic GT2 poelies aanbiedt moet ik daar ook een paar GT2 aluminium poelies bij kopen.

Om de tandenriem niet van de rollagers te laten lopen zijn plastic ringen met opstaande rand onderdeel van de plastic onderdelenlijst. Maar veel mensen geven de voorkeur aan M8 30 mm carrosserieringen (fender washers) aan weerszijden van de lager. Ik kijk wel wat er in het onderdelenpakket zit dat ik ga bestellen.

In het standaardpakket zitten ook plastic lagerbussen voor op de assen, maar er is ook een officiële Prusa i2 variant die geschikt is voor LM8UU metalen lineaire lagers. Natuurlijk werken echte lagers beter dan geprintte bussen, dus kies ik voor de LM8UU variant.

De officiële LM8UU variant heeft een X-wagentje (X-carriage) dat maar drie lineaire lagers nodig heeft, maar sommige aanbieders hebben varianten van dit X-wagentje die vier lagers nodig hebben of die ruimte bieden voor een ventilatortje. Ik zoek het standaardwagentje, want ik kan altijd nog een beter wagentje printen als mijn printer eenmaal werkt.

De standaard eindstophouder is geschikt voor mechanische eindstops, maar sommige aanbieders van platic onderdelen geven je eindstophouders voor optische eindstops. Ik heb ‘gewone’ mechanische, dus ik hou het standaard. Later kan ik de eindstops altijd nog zelf vervangen door de duurdere optische eindstops met zelfgeprinte eindstophouders.

Er zijn verschillende mogelijkheden om de Z-draadeinden aan de stappenmotors te verbinden. De standaard plastic onderdelen gaan ervan uit dat je een flexibel buisje of krimpkous (shrink wrap) gebruikt om de 5 mm motoras met het 8 mm draadeind te verbinden, en dan een plastic klem eromheen schroeft. Anderen zweren bij aluminium koppelingen, al dan niet op maat gemaakt. Een nadeel van de plastic verbinding is dat de overbrenging van de draaiing van de motor een beetje vertraagd en onnauwkeurig kan worden. Tenslotte moet eerst het buisje of de krimpkous gaan torderen voordat het draadeind meebeweegt. Een nadeel van de aluminium koppeling is dat die niet meebuigt met de bewegingen van het draadeind. Ik ga toch voor de plastic koppeling omdat het goedkoper is en omdat ik niet zeker weet of de aluminium koppelingen ook werkelijk een verbetering zouden zijn.

De extruderassembly heeft ook nog een evolutie doorgemaakt. Een van de eerste ontwerpen kwam van Adrian Bowyer. De bekendste verbeterde versie is Wade’s Geared Extruder, maar tegenwoordig is Greg Frost’s Accessible Extruder de standaard. Ik ga het me niet te moeilijk maken en hou het bij Greg’s extruderassembly. Het is een beproefd concept en de onderdelen daarvoor zijn goed verkrijgbaar.

Prusa i2, deel 5: Extruderkop kiezen

J-Head
De extruderkop (hotend) is waarschijnlijk het duurste onderdeel van de hele printer. De kop bestaat uit een koude kant en een warme kant. Aan de warme kant wordt het plastic draad gesmolten en de extruder duwt het dan uit de spuitmond (nozzle). Om het draad te smelten wordt gebruik gemaakt van een verwarmingselement. Dit kan een simpele nikkel-chroomdraad zijn, een weerstand zijn die gewoon erg warm wordt, of een speciale keramische heater cardridge. De weerstand wordt eigenlijk oneigenlijk gebruikt, maar het schijnt goed te werken. Om de temperatuur in de gaten te houden heeft een extruderkop één of twee temperatuursensoren.

Er zijn veel verschillende ontwerpen, en van de beste ontwerpen zijn veel klonen met wisselende kwaliteit. De Extruder categorie op de RepRap Wiki geeft een overzicht van de extruderkoppen.

Er zijn twee gangbare diameters van het plastic draad: 3,00 mm en 1,75 mm. De 3 mm variant wordt het meest verkocht, dus de extruderkop die ik zoek moet 3 mm draad accepteren. Daarnaast is de grootte van de spuitmond van belang. Een grotere spuitmond (bijvoorbeeld 0,5 mm) zorgt dat je sneller kan printen, maar een kleinere spuitmond (bijvoorbeeld 0,35 mm) geeft meer detail. Voorlopig hou ik het bij een grote spuitmond van 0,5 mm, en dit is gelukkig ook een standaardmaat voor veel extruderkoppen.

Verder zoek ik een goede en betrouwbare extruderkop die ook nog een beetje betaalbaar is. De bekendste extruderkoppen zijn de J-Head van Brian Reifsnyder en de Arcol van Krekács László.

De Arcol exteruderkop kost ongeveer 100 euro, terwijl de J-Head ongeveer 50 euro kost. eBay heeft ook een boel extruderkoppen in de aanbieding, maar of ze goed en betrouwbaar zijn kan ik niet beoordelen. Ik heb besloten om de J-Head te bestellen via Reifsnyder’s eigen site. Dan weet ik tenminste zeker dat ik mijn geld uitgeef aan het originele product, en daarmee steun ik ook direct de maker. Daarnaast bestel ik een aluminium montageplaat (mounting plate) en een keramische heater cardridge (voor de zekerheid).

Prusa i2, deel 4: Werkvlak kiezen

Verhit werkvlak
Het werkvlak (printing bed) waar de objecten op geprint gaan worden is ook nog een punt van zorg. Verwarmd of niet? Wat voor ondergrond?

Na het printen krimpt het plastic als het afkoelt. En daardoor kan het gaan vervormen, vooral aan de onderkant. Een verhit werkvlak (heated bed) zorgt ervoor dat het onderdeel minder snel afkoelt en dus z’n vorm behoudt. En doordat het onderdeel warm is hecht het nieuwe plastic aan de bovenkant beter. Dus een verhit werkvlak komt de algehele kwaliteit ten goede. Een klein nadeel van een verhit bed is de prijs van de plaat en de stroom die het slurpt (rond de 6 A). Maar ik vond dat wel tegen de voordelen opwegen, dus ik koos voor een verhit werkvlak.

Nu kan je zelf zo’n verhit werkvlak maken met ongeisoleerd nikkel-chroomdraad (NiCr) of met grote weerstanden. Maar het is allemaal niet zo makkelijk, niet zo mooi, en het is lastig om het werkvlak egaal verhit te krijgen. Gelukkig is er al een goede oplossing: een geëtste PCB. Dat is een printplaat met een 35 μm koperlaag waaruit de banen geëtst zijn. Doordat de plaat zo’n uniforme dikte heeft is de weerstand van de banen ook uniform, en wordt de plaat mooi gelijkmatig heet.

Zulke platen zijn redelijk goed verkrijgbaar. Er zijn eigenlijk twee versies: de door Josef Průša ontworpen MK1, en de nieuwere MK2a. Die laatste heeft een opdruk aan beide zijden, dus kan je de plaat ook met de printbanen naar boven gebruiken. Verder kan de plaat met drie bouten worden gesteld – en dat is makkelijker – in plaats van vier voor de MK1. Dus ik koos voor de MK2a.

Dan de ondergrond, want direct op de verwarmde plaat printen is niet zo handig. Die plaat vervormt een beetje door de warmte, en dan worden de printjes niet vlak. Ook is er het risico dat als de printkop op de plaat crasht (bijvoorbeeld door een verkeerde afstelling) de printbanen beschadigd raken.

Dan de ondergrond. Er zijn verschillende mogelijkheden, maar de meestgebruikte zijn: hittebestendig glas, fotolijstjesglas, een IKEA spiegeltje of direct op Kapton tape of blauw schilderstape. Direct op de verwarmde plaat printen is niet zo handig, want dan is er het risico dat als de printkop op de plaat crasht (bijvoorbeeld door een verkeerde afstelling) de printbanen beschadigd raken. De tapes zijn ook niet ideaal omdat ze moeilijk vlak te krijgen zijn. Daarnaast kan de verwamde plaat eronder een beetje gaan vervormen door de warmte, en dan worden de printjes niet vlak. Glas of een spiegel is mooi vlak, maar voordat ik me ga wagen aan duur hittebestendig glas probeer ik eerst eens te printen op een IKEA Sörli spiegeltje. Voor die prijs heb je er zelfs vier, dus is het geen ramp als er eentje breekt door de warmte. Vastzetten met vier papierklemmen van de Action.

Prusa i2, deel 3: Stappenmotors kiezen

NEMA 17 Stappenmotor
Er zijn eigenlijk drie soorten motortjes voor elektronicaprojecten: gelijkstroommotors (DC motors), servomotors en stappenmotors. Een gelijkstroommotor gaat gewoon draaien zodra er stroom loopt. Howel dit soort motors erg krachtig zijn, is een gelijkstroommotor niet nauwkeurig. Een servomotor daarentegen heeft ongeveer de kracht van een gelijkstroommotor maar is ook nog eens veel nauwkeuriger. Dit komt doordat een servomotor informatie krijgt over z’n eigen positie, en dan de stand van de motor kan aanpassen tot de gewenste positie bereikt is. Nadeel is dat servomotors in verhouding duur zijn, en constante stroom nodig hebben om hun positie te kunnen corrigeren. Stappenmotors tenslotte zijn erg nauwkeurig zonder dat er een terugkoppeling nodig is. Ze zijn ook nog eens relatief goedkoop. Helaas zijn ze niet zo krachtig. Voor een CNC-machine worden vaak servomotors gebruikt, terwijl een 3D printer met een stappenmotor uit kan.

Allereerst zijn de maten van de stappenmotor van belang. Voor de Prusa i2 heb ik NEMA 17 stappenmotors nodig: die hebben een frontplaat van 1,7 bij 1,7 inch, dus 43,2 bij 43,2 mm. Behalve de afmetingen van de frontplaat zegt het NEMA-nummer niks over de lengte van de motor of hoe krachtig deze is. Ook moeten de stappenmotors voor deze printer een schachtdiameter van 5 mm hebben.

De nauwkeurigheid en kracht van de motor zijn ook belangrijk. De meeste motors hebben een stapgrootte van 1,8°, en dat is voldoende voor mijn printer. Sommige hebben een stapgrootte van 0,9°, maar dankzij microstepping van de stappenmotordriver kan ook een minder nauwkeurig motor kleine stapjes maken. Het stilstandskoppel (holding torque) dat de motor kan leveren is de voornaamste weergave van de kracht van de motor. Hoe hoger dit getal in N·cm, hoe meer koppel de motor kan leveren in stilstand. Hoe meer massa de motor moet verplaatsen, hoe hoger het stilstandskoppel moet zijn. De Mendel heeft voor de X-, Y- en Z-as officieel een minimaal stilstandskoppel van 13,7 N·cm nodig, en voor de extrudermotor minimaal 40 N·cm. De motors die ik heb gevonden hebben een koppel van 47,1 N·cm, dus dat zou genoeg moeten zijn.

Tenslotte is de maximale stroomsterkte van de motor ook nog iets om naar te kijken. Meestal is de maximale stroomsterkte van de motor hoger dan wat de stappenmotordriver kan aansturen. Minder stroom betekent minder kracht, maar ook dat de motor minder warm wordt. Maar als de stappenmotordriver veel minder stroom kan leveren dan de motor nodig heeft, dan draait de motor enorm ondermaats en raakt de driver misschien oververhit. Een 1,7 A motor op een 1,5 A driver is een goede combinatie. Maar ook een 2,5 A motor op een 2 A driver moet lukken. Met een potmetertje op de driver kan de aanstuurstroom worden ingesteld. De motors die ik heb gekozen hebben een maximale stroomsterkte van 2,5 A. De eerder gekozen DRV8825 drivers kunnen wel tot 2,2 A leveren (met heatsinks), dus dat moet wel werken.

Prusa i2, deel 2: Printerelektronica kiezen

RAMPS 1.4
Er zijn verschillende geïntegreerde oplossingen beschikbaar voor de elektronica voor een RepRap. Er staat een waslijst aan elektronica op de RepRap wiki, maar de bekendste zijn RAMPS, Gen7, Sanguinololu en Megatronics.

De laatste drie zijn all-in-one geïntegreerde oplossingen: de microcontroller, bijbehorende componenten en headers voor de stappenmotordrivers zitten allemaal op één PCB. Heel makkelijk natuurlijk, maar het laat weinig ruimte over om met de microcontroller nog andere dingen te doen. Zo is het aansluiten van een toetsenbordje of LCD scherm niet altijd mogelijk, en kan het bord zeker niet worden ingezet in compleet andere projecten.

RAMPS daarentegen is een zogenaamde shield uitbreiding voor de Arduino Mega. Hiermee wordt de beproefde kracht en veelzijdigheid van een Arduino uitgebreid met de headers die nodig zijn voor de stappenmotordrivers. Het is ook de meestgebruikte oplossing voor RepRaps, en er is dus ook de meeste informatie over te vinden.

Omdat ik juist door de Arduino een 3D printer ben gaan bouwen, koos ik voor de RAMPS versie 1.4 (op dit moment de nieuwste). Naast de RAMPS 1.4 PCB heb ik dan nog een Arduino Mega 2560 R3 en minimaal vier stappenmotordrivers nodig.

Prusa i2, deel 1: Stappenmotordrivers kiezen

A4988 vs DRV8825
Een 3D printer moet kunnen printen op elk punt in een 3D volume. Dus de printer moet het model en/of de printkop kunnen bewegen in de X, Y en Z richtingen. In het geval van de Prusa i2 beweegt het platform met het model in de Y richting, en de printkop in de X en Z richtingen. Om dit allemaal nauwkeurig te kunnen laten bewegen zijn stappenmotors (stepper motors) nodig. Die kunnen hun as in stapjes draaien om zo een schroefdraad of tandriem precies te positioneren.

Om de stappenmotoren aan te sturen zijn er stappenmotordrivers (stepper motor drivers) nodig. Dit zijn kleine PCBs met een controllerchip die het juiste signaal kunnen genereren om de stappenmotoren correct en met voldoende kracht te laten bewegen. Er zijn verscheidene stappenmotordrivers beschikbaar, maar de bekendste en meestgebruikte zijn de Pololu A4988, StepStick A4988 en Pololu DRV8825.

Voor de aansturing van de stappenmotors is de hoeveelheid stroom belangrijk: te weinig stroom en de motors kunnen niet nauwkeurig werken. Maar teveel stroom oververhit de stapperdriver, en vaak ook de motor. De Pololu A4988 kan een motor aansturen met een piekstroom van maximaal 2 A, maar staat erom bekend goede koeling nodig te hebben. De StepStick A4988 is een – meestal goedkopere – open-source kloon van de Pololu met een maximale stroom van 1.5 A. De DRV8825 is de nieuwste telg in de Pololu stappenmotordriver familie en kan maximaal 2.5 A leveren. Deze laatste wordt ook nog eens minder heet dan de Pololu A4988 bij dezelfde stroom. Om die reden koos ik voor de Pololu DRV8825.

Helaas zijn er twee verschillende versies van de DRV8825: de ‘md20a’ en de ‘md20b’. De laatstegenoemde is vrijwel identiek aan de eerste, behalve een kleine aanpassing die ervoor zorgt dat de DRV8825 als drop-in vervanging voor de A4988 kan worden gebruikt. Dit is enorm handig aangezien de meeste RepRap elektronica is ontworpen om te werken met A4988 stappenmotordrivers.

Probeer dus de ‘md20b’ versie te krijgen: het staat op de onderkant van de printplaat. Mocht je toch de ‘md20a’ versie krijgen, soldeer dan een 4700 Ω weerstand tussen de !SLEEP en de !FAULT pinnen van de PCB. Hoewel Pololu de md20a versie niet meer maakt, is in Nederland de DRV8825 md20b op dit moment nog niet goed verkrijgbaar. Dus vraag de verkoper welke versie hij verkoopt, en koop wat weerstandjes indien nodig.

In mijn geval kocht ik de stappendrivers bij ReprapWorld.com, en dat waren de md20a versies. En dus moest ik aan elk een 4700 Ω weerstandje solderen. Ik heb er vier nodig (één voor de twee Z-as stappenmotors en één voor elke van de andere drie motors), maar heb er vijf gekocht. Mocht er dan eentje het begeven, dan heb ik een reserve. Of als ik ooit een dual-extruder maak, dan heb ik de stappendriver daarvoor tenminste al.

Prusa i2, deel 0: Introductie

Prusa Mendel i2
Toen ik toevallig een Arduino zag vroeg ik me af wat voor moois je daar allemaal mee zou kunnen bouwen. Een autootje, een helikopter… Leuk natuurlijk, maar één toepassing wekte mijn interesse het meest: een 3D printer!

Ik heb totaal geen ervaring met 3D printers, elektronica, componenten, of solderen, maar ik heb besloten dat allemaal te gaan leren en een RepRap Prusa Mendel i2 printer te gaan bouwen. Om te beginnen ga ik zoveel mogelijk de geijkte paden bewandelen, want ik vermoed dat het dan al lastig genoeg is. Als het eenmaal werkt kan ik weer nieuwe technieken en experimenten proberen op mijn bestaande printer, en kan ik de onderdelen printen voor andere toekomstige projecten.

Om te beginnen moet ik door alle RepRap informatie filteren om uit te vogelen hoe ik mijn printer precies zou gaan bouwen. Welke afmetingen, welke plastic onderdelen, welke elektronica komt er in?

In de komende blogserie zal ik iedereen op de hoogte houden van mijn voortgang, de keuzes die ik maak en de dingen die ik heb geleerd. Op die manier hoop ik andere Beneluxe RepRappers te helpen bij het bouwen van hun eigen 3D printer.

Project X

September 2012: Merthe Weusthuis maakt voor haar zestiende verjaardag een verjaardagsevenement aan op Facebook. Hoewel het evenement beperkt was tot vrienden, was de optie om genodigden hun vrienden te kunnen laten uitnodigen niet uitgeschakeld. Een vriend van een vriend van Merthe nodigde 500 vrienden uit, waarna het aantal uitgenodigden de spuigaten uit begon te lopen. Een dag later hadden 3500 mensen al via Facebook laten weten aanwezig te zijn. Toen Merthe haar event ging verwijderen, werden er door derden evenementen aangemaakt onder de naam ‘Project X Haren’ waarin men werd opgeroepen naar Haren te komen voor Merthe’s verjaardag.

Uiteindelijk stonden er meer dan 25.000 uitnodigingen over en meer dan 2500 mensen hadden aangegeven te komen. De gemeente Haren begon allerlei maatregelen te nemen, en die maatregelen kwamen in het nieuws. Hierdoor werden steeds meer mensen bekend met Project X Haren en kwamen er uiteindelijk op vrijdag 21 september duizenden mensen per trein en auto naar Haren. Een deel hiervan begon te rellen, vernielen en plunderen naarmate de nacht vorderde, en de politie en ME kregen het niet in de hand. De volgende ochtend bleek er voor honderdduizenden euro’s aan schade, de Albert Heijn geplunderd, veel gewonden, enkele zwaargewonden en een oudere man mishandeld. En nu rijst de vraag: was dit de schuld van Merthe, of van Facebook?

Allereerst is het natuurlijk niet de schuld van Merthe. Zij wist niet van te voren dat een vriend van een vriend voor haar verjaardag al z’n 500 vrienden ging uitnodigen, die op hun beurt ook weer mensen uitnodigden. Zelfs al had ze bewust een open uitnodiging gemaakt en iedereen opgeroepen om te komen, dan kan je haar hooguit kwalijk nemen dat er dan geen plaats, voorzieningen of beveiliging voor de grote groep mensen is. Als dan de gemeente op de valreep dat moet regelen kost dat geld.

Facebook is, net als Twitter, een snel online sociaal medium waarmee grote groepen mensen bereikt kunnen worden. Dat Facebook het wel heel makkelijk maakt om ongewild veel genodigden te krijgen op een evenement is bekend, en het enige dat Facebook kwalijk kan worden genomen. Het mobiliseren van grote groepen mensen is niets nieuws, en dat het via Facebook (of Twitter, of het internet in het algemeen) kan gebeuren is dus ook niet speciaal. Het gebeurde al via oproepen in gebedsgebouwen, op mededelingenborden, via kranten en e-mail. Als Dan Brown in één van z’n boeken meldt dat er iets speciaals te doen is op 21 december 2012 in de Tuilerieën van Parijs, dan zouden allemaal mensen zich daar verzamelen.

De gemeente Haren daarentegen is niet zo slim geweest door steeds maar mededelingen te doen. Straatnaamborden verwijderen, noodverordening, politie achter de hand houden, een voetbalveld aanwijzen; elke mededeling zorgde voor aandacht in de media. Op een gegeven moment was Project X Haren ook bekend bij mensen die het niet via Facebook hadden gehoord.

Ik denk dat veel mensen die ‘ja’ hadden gezegd op één van de Facebook-events uiteindelijk niet zouden zijn gekomen, en dat de meeste mensen die wel kwamen opdagen er waarschijnlijk gewoon iets gezelligs van hadden gemaakt. Maar door alle media-aandacht werden er veel meer mensen gemobiliseerd dan anders, en daartussen zitten altijd mensen die kwaad in de zin hebben. En natuurlijk zijn de relschoppers in de eerste en voornaamste plaats verantwoordelijk voor wat er die dag in Haren gebeurde.